In huisartsenpraktijk Noorderlingen komen dreigende, beledigende of agressieve patiënten gelukkig niet veel voor. Maar als een dergelijke situatie zich voordoet, hebben vooral de assistentes, praktijkondersteuners, maar ook de huisartsen hier mee te maken.
Dit kan leiden tot boosheid, angst en frustraties bij betrokken medewerkers. Dit protocol is tot stand gekomen m.b.v. het protocol ‘omgaan met agressie’ van de LHV. Praktijk Noorderlingen heeft dit protocol aangepast aan haar eigen lokale situatie.
Het protocol is bedoeld om medewerkers te beschermen tegen agressief gedrag van patiënten en bezoekers en de gevolgen hiervan. Grensoverschrijdend gedrag en onaangename communicatie vallen hier ook onder, waarbij de beleving van de medewerker bepalend is voor het in gang zetten van het protocol. Werkwijze Agressief gedrag is niet altijd te voorkomen of te verminderen. Toch kan agressief gedrag beïnvloed worden.
Het protocol bestaat uit 4 delen:
Deel 1: Handelswijze tijdens voorval
Deel 2: Vastleggen van inhoud en aard van voorval
Deel 3: Vastleggen reactie van hulpverlener. Vastleggen van gemaakte afspraken met elkaar.
Deel 4: Regels en afspraken over de afhandeling van voorvallen met agressieve patiënten
In het protocol wordt onderscheid gemaakt tussen lichamelijke en verbale agressie. Verbale agressie wordt onderscheiden in voorvallen aan de balie en voorvallen aan de telefoon.
De betrokken medewerker(-s) vult direct na het voorval dit formulier in. Het is dringend gewenst dat binnen een week een gezamenlijke nabespreking volgt met de eigen hulpverlener van patiënt (deel 3 van dit protocol). Datum en tijd van voorval: Soort contact: Naam van de patiënt: Betrokken hulpverlener(-s): Beschrijf zo objectief mogelijk wat er gebeurde. Wat werd gezegd/gedaan door de patiënt en door jou? Gebruik de achterkant van dit formulier als je te weinig ruimte hebt. Voelde je je bedreigd en/of beledigd? Waardoor? Heb je de patiënt verteld dat er melding van gemaakt wordt naar de eigen huisarts?
Eigen huisarts of andere verantwoordelijke en betrokken medewerker vullen deel 3 apart in. Een gezamenlijke nabespreking volgt zo mogelijk binnen week na het voorval. Initiatief hiervoor ligt bij betrokken medewerker. Hoe is aan patiënt duidelijk gemaakt dat deze wijze van communiceren of dit gedrag niet acceptabel is? Wie heeft dit (in eerste instantie) gedaan? Wat is er gezegd tegen de patiënt? Wat was de reactie van de patiënt? Welke afspraken zijn er gemaakt met de patiënt? Zijn er excuses aangeboden? Is het voorval voldoende naar tevredenheid afgehandeld om verder te kunnen in relatie tot de patiënt? En tot elkaar? Is er nog behoefte aan verdere actie of nazorg? Zo ja, wat precies en door wie?
Dit onderdeel van het protocol wordt al doende aangepast. Een aantal regels en afspraken zijn al te maken.